Deze website is (nog) niet geoptimaliseerd voor mobiele weergave. De beste ervaring van het model van Rietveld's perskamer krijg je op een computerbeeldscherm met een resolutie van 1920x1080 pixels.

Het model laadt momenteel op de achtergrond, waardoor het even kan duren voordat de knop reageert.

UNESCO perskamer door Gerrit Thomas Rietveld (1958)

Toen het nieuwe hoofdgebouw van UNESCO (United Nations Educational Scientific and Cultural Organiszation) op 3 november 1958 opende, bevond zich binnen zijn betonnen muren een architectonisch juweel: de Unesco perskamer. Deze kamer was ontworpen door de Nederlandse architect en ontwerper Gerrit Thomas Rietveld (1888-1964), die vanwege zijn werk binnen de De Stijl beweging inmiddels nationaal en internationaal faam had gemaakt. De perskamer werd door minister Cals van Onderwijs Kunsten en Wetenschap op 3 november overgedragen aan Unesco als Nationaal geschenk van de Nederlandse Staat. Naast Nederland gaven ook andere landen interieurs of kunstwerken als geschenk aan Unesco, waardoor het gebouw een internationaal karakter had. Wat de perskamer van Rietveld zo bijzonder en uniek maakte, was onder andere het felle kleurgebruik, het gebruik van veel lijnen en de samenhang. Daarnaast voerde hij het vloerpatroon door op de tafels, waardoor deze een onafgebroken geheel vormden. De ruimte was door al deze dingen meer een kunstwerk dan een kantoorruimte

Gerrit Rietveld, directeur van Unesco Luther Evans en Minister van Onderwijs Kunsten en Wetenschap Jo Cals tijdens de opening op 3 november 1958.

Vandaag de dag herinneren enkel fragmenten en foto’s ons nog aan dit bijzondere ensemble. In 1982 werd het complete interieur vanwege renovaties namelijk ontmanteld. De meeste meubelen keerden terug naar Nederland en werden ingeschreven in de collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De Rijksdienst heeft de wens het interieur ergens als geheel weer op te bouwen. Daarvoor ontbrak echter nog veel informatie. Zo waren de vloer- en muurbekleding niet bewaard gebleven, missen enkele meubelen en er waren maar een stuk of vier foto’s van de ruimte bekend die of zwart-wit of met de hand waren ingekleurd. Daardoor was er slechts een heel eenzijdig beeld van de ruimte. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met de opleiding Conservering en Restauratie van de Universiteit van Amsterdam. Dit heeft geleid tot een historisch kleuronderzoek naar het linoleum in de perskamer, waarbij dit 3D model werd ontwikkeld in samenwerking met het 4D Research Lab. Het 3D model is een weergave van de huidige staat van het onderzoek, en het is de bedoeling dit in de nabije toekomst door te ontwikkelen.

Het Unesco hoofdgebouw gezien vanaf de eiffeltoren.

Een originele foto van de perskamer na oplevering.

Colofon

Het 3D model is gebouwd door Tijm Lanjouw van het 4D research lab van de Universiteit van Amsterdam en Santje Pander (linoleum-onderzoek) van de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft onderzoeker Dorian Meijnen de inhoudelijke aanvulling verzorgd.

Bronvermelding

  • “Unesco gebouw Parijs” in: Linoleumnieuws. 10. 1958: 19.
  • Buffinga, A. (1959) “Het hoofdkwartier van de Unesco te Parijs”, in Bouw, 3-10-1959 Vol. 14 (40), 1130-1140.
  • Rietveld, G. (1957) “ontwerper en materiaal” in Visie: bouwen en wonen, 1957, vol. 5, 20-21.
  • Rietveld. (1958) ‘Met veel genoegen wil ik het mijne zeggen over wat ik zie in de hedendaagse architectuur.’ Lecture Sika. 1958, 10. Archive Rietveld-Schröder. Inv. GR069.
  • “La Salle de Presse de l’Unesco” in Nouvelles de Hollande, 08-11-1958.
  • Archief Nieuwe Instituut (RIET535, RIET536, RIET537 en RIET538).
  • Unesco archieven.

Gebruik van deze app

Met de knoppen onderaan het scherm kan je voor en achteruit in de rondleiding door de perskamer.

Je kan de rondleiding op elk moment onderbreken om vrij rond te kijken.

Druk op één van de nummers om naar een specifiek punt in de rondleiding te gaan.

De locatie

Ondanks dat het een belangrijke opdracht was om te ontwerpen voor het Unesco hoofdgebouw, was Rietveld niet helemaal blij met de locatie die hem werd toegewezen. De aangewezen ruimte was gesitueerd in de kelder, zeer groot (12 x 20,5m) maar onregelmatig gevormd en de ruimte bevatte een aantal zeer storende kolommen. Rietveld zelf zei hierover: “…Om aan zo'n interieur een gezicht te geven van een aangename werksfeer, was, behalve goede vorm en plaatsing der installaties, een soort jongleren met kleuren en lijnen nodig”

Het vloerontwerp

Om structuur aan te brengen in de onregelmatige vorm van de perskamer verdeelde Rietveld de ruimte in vierkanten van 241,5 cm die weer waren onderverdeeld in driehoekige panelen linoleum in verschillende kleuren. Hij baseerde de afmetingen van het vierkant op de afstand tussen de twee kolommen midden in de ruimte waar hij omheen moest werken. Hij werkte het vloerpatroon vanuit deze kolommen uit en niet vanuit een hoek van de ruimte. Hierdoor komt het patroon niet altijd goed uit in de hoeken van de ruimte.

Eenheid van vloer en meubilair

“Een ruimte waarin zoveel tafels en bureaux moeten worden geplaatst, wordt vol en onrustig als men er niet in slaagt vloer en tafelvlakken tot een eenheid te verwerken”. Deze eenheid behaalde Rietveld door zowel de vloer als de tafelbladen met hetzelfde linoleumpatroon te bekleden. Hierdoor liepen tafels en vloer in elkaar over en werd een eenheid gecreëerd. Uit praktisch oogpunt koos hij hierbij voor een combinatie van Marmoleum en effen Walton Linoleum van de Linoleumfabriek te Krommenie. “Meermalen had ik tafelbladen geheel afgewerkt met effen-kleurig linoleum. Dezelfde afwerking zou voor een vloer ongeschikt zijn geweest: schoenafdrukken, stof en krassen zouden deze spoedig onfris maken. M.i. moet er een zekere kleurencombinatie worden gemaakt die rustig, doch sterk genoeg is omde kleine beschadigingen door het belopen te overstemmen”.

Muurafwerking met Suwide

"Ik dacht natuurlijk aan plastic, het wondermateriaal, dat overal voor geschikt schijnt en ook in frisse kleuren voorhanden is” schreef Rietveld in 1958 zelf over zijn keuze voor materialen in de perskamer. Voor de vloer en tafelbladen had hij al linoleum gekozen en hij wilde een zelfde eenheid voor de muren en stoelen. Hij koos hiervoor Suwide. Een vinyl op textiel dat in verschillende kleuren, structuren en mates van stevigheid beschikbaar was. Hij bestelde dit bij de Helmondse Textiel Maatschappij (HaTeMa). Voor de stoelen gebruikte hij een lichtgrijs suwide en voor de muren antraciet, groen, donkerblauw, lichgrijs en rood. “Ik ben er mij van bewust, dat deze twee zeer verschillende functies meestal verschillende materialen eisen, maar om in dit speciale geval een veelheid tot eenheid te brengen leek het me zeer aanvaardbaar, temeer, daar men voor beide functies – muurafwerking en afdekking stoelbekleding – voorlopig geen practischer material kan wensen...”

Fauteuil

Rietveld ontwierp de meeste meubelen voor de perskamer zelf. Voor de fauteuils had hij ook een speciaal ontwerp gemaakt, dat we hier op de afbeelding zien. Uiteindelijk werd dit ontwerp, waarschijnlijk vanuit financieel oogpunt, niet uitgevoerd. Rietveld koos ervoor om twee ontwerpen die hij maakte voor de Expo 58 in Brussel te hergebruiken. De stoelen werden geproduceerd door Artifort in Maastricht en we zien ze hier bij de wereldkaarttafel en bij de volgende groen-gele tafel.

Problemen met plaatsing meubilair

Rietveld was niet heel blij met de manier hoe omgegaan werd met zijn meubelen. Rietveld zond de meubelen reeds in april, maar eenmaal bij Unesco aangekomen werden ze opgeslagen in een kelder om vervolgens te dienen als “zitjes tijdens de schafttijd” voor de werkmannen. Hadden ze de meubelen op tijd in de ruimte geplaatst was een ander probleem ook voorkomen. Namelijk dat de vergadertafel niet meer naar binnen kon toen ze de ruimte gingen inrichten. Rietveld heeft naar eigen zeggen vervolgens de ramen en kozijnen eruit moeten schroeven om de tafel via het raam naar binnen te tillen.

Gebruik van groen

Rietveld, als lid van de Stijl beweging is bekend vanwege zijn gebruik van primaire kleuren. Het gebruik van secundaire kleuren als groen is typisch voor Rietvelds naoorlogse periode. Groen werkt als een kalme kleur in een gebalanceerd kleurenpalet.

Het meubilair en het vloerpatroon

Het vloerpatroon was de basis voor het ontwerp van Rietveld. De formaten van de meubelen waren in verhouding tot het vloerpatroon. Zo waren de typetafels de helft van een vloervlak breed en een kwart diep. De grote vergadertafel twee vloervlakken breed en driekwart vloervlak diep. Alle meubels waren ook precies in lijn met de vloervlakken geplaatst. Dit zijn allemaal trucs die Rietveld gebruikte om van een veelheid een eenheid te maken.

Zijkamer

Uit ontwerptekeningen in de Rietveld archieven blijkt dat Rietveld ook een ontwerp maakte voor een aansluitend kantoor naast de perskamer. Hier zetelde de Vereniging voor buitenlandse pers in Parijs en omdat dit kantoor alleen via de perskamer te bereiken was, was het logisch dat Rietveld zijn ontwerp hier doortrok. Hij kreeg deze opdracht pas een paar maanden voor de opening van het gebouw. Hij ontwierp voor deze ruimte van 4,5m bij 4,5m daarom geen nieuwe meubelen, maar bestelde uit de catalogus van Ahrend De Cirkel. Het linoleum vloerpatroon liet hij vanuit de perskamer doortrekken in dit kantoortje.

Uitsparing in een bureau

Een curieus detail in het ontwerp zijn de uitsparingen aan de voet van dit bureau. Hoewel hierover niets in de documentatie is terug te vinden, heeft het digitaal 3D-modelleren wel een waarschijnlijke verklaring opgeleverd. De rode tussenwand even verderop staat namelijk in het vloervak van het tweede bureau, en duwt zo het hele bureau-eiland een decimeter opzij. Hierdoor komt het eerste bureau in het volgende vak te liggen. De plaatsing van de tussenwand in het vak van het tweede bureau komt pas in een latere versie van het ontwerp terug. Om het grondpatroon niet te breken, en de exacte afmetingen van het bureaublad te sparen, koos Rietveld mogelijk voor deze pragmatische oplossing.

De trap

De ingang van de voormalige perskamer is een van de weinige dingen die vandaag de dag nog herinneren aan de ruimte die er ooit was in het Unesco hoofdgebouw. Verstopt in een smalle gang is deze ingang onlangs ontdekt. Omdat het smalle kamertje dat zich daar op die plek bevindt nauwelijks gebruikt wordt, heeft een groot stuk bekleding van één van de muren hier jarenlang ongestoord kunnen blijven hangen. Deze vinyl bekleding die werd geproduceerd onder de naam ‘suwide’ is gebruikt voor zowel de muren als de stoelen. Deze originele muurbekleding vormt nu samen met de stoelen onderdeel van het materiaaltechnische onderzoek naar het suwide in deze ruimte.

Vloerpatroon

Over de exacte uitvoering van het linoleum patroon bestaan nog steeds veel vragen. De ontwerptekeningen laten steeds een ander beeld zien en daarom was niet zeker hoe de vloer er exact uitzag. De foto’s die er van de ruimte zijn blijken handgekleurd en de blauwe, groene en grijze vlakken zijn op elke foto anders ingekleurd. Onlangs, werden onder de huidige vloer delen van de originele linoleum vloer gevonden. Deze ontdekking kan helpen te bepalen hoe de hele vloer er ooit uit heeft gezien.

Spiegels

De onregelmatige ongelijke vorm van de perskamer zorgde ervoor dat Rietveld naar eigen zeggen moest jongleren met lijnen en kleuren. Daarnaast gebruikte hij ook andere trucs om de ruimte optisch groter en rechthoekiger te laten lijken. Zo plaatste hij spiegels boven langs deze inspringende muur. Door de spiegels lijken de TL-buizen door te lopen en oogt de ruimte optisch groter.

De telefoonhoeden

Over de uitvoering van de telefooncellen in de ruimte is veel discussie geweest. Uiteindelijk werd gekozen voor deze geluiddempende ‘telefoonhoeden’ met simpele draaitelefoons er in. Om de alkoof te verlichten bedacht Rietveld een constructie met TL-lampen boven speciaal glas met groeven waardoor het hele plafond wel verlicht leek. Op deze foto zien we waarschijnlijk Gerrit Rietveld zelf aan de telefoon.

Originele kleuren

Onder de invloed van licht is het linoleum op de meubels gedegradeerd over de jaren. In het fabrieksarchief van de Linoleumfabriek te Krommenie (nu Forbo Flooring Systems) die de vloer destijds leverde zijn nooit gebruikte stalen linoleum herontdekt. Op de ontwerptekeningen van Rietveld stonden nummers die refereerden naar een historisch collectieboek. In dit fabrieksarchief zijn de stalen altijd bewaard in het donker, waardoor beargumenteerd kan worden dat deze stalen heel dicht bij de originele felle kleuren uit 1958 komen.

Wereldkaarttafel

Deze wereldkaarttafel bestond uit een lichtbak met een wereldkaart onder een glasplaat. Vandaag de dag is enkel de lichtbak over. De wereldkaart is verdwenen en uit de foto’s en archieven blijkt niet duidelijk wat voor wereldkaart er precies in de tafel zat. Na een interview met een voormalig werknemer is gebleken dat deze kaart gedurende de decennia regelmatig vervangen werd, omdat de wereldgrenzen veranderden of omdat er een nieuwe lidstaat aansloot bij Unesco. Op een gegeven moment moest de kaart zo vaak gewisseld worden dat ze besloten hem niet meer te vervangen.

Gebruikssporen

Op de tafels zijn vele gebruikssporen te zien waaronder pennenstrepen, brandgaatjes van sigaretten en slijtplekken. Daarnaast staan er op enkele tafels ook hele teksten geschreven. Zoals op deze tafel waar ‘Presse Anglo-Saxone’ en ‘Presse Français’ is geschreven. Volgens een oud werknemer werd tijdens de General Conferences, wanneer het erg druk was op deze manier een plek geclaimd. Meestal gebeurde dit met krijt en werd de tafel aan het einde van de dag weer schoongemaakt. Behalve de laatste keer, waardoor dit stuk van het verhaal vandaag nog steeds zichtbaar is!

Vergadertafel

Rietveld kreeg een paar maanden voor de opening te horen dat vertaalapparatuur in de tafels gemonteerd moest worden speciaal voor de (buitenlandse) pers. Dit kwam voor Rietveld nogal slecht uit, omdat hij de tafels op dat moment al naar Parijs had gestuurd. Eén van zijn ateliermedewerkers werd naar Parijs gestuurd om de gaten te maken in de zo zorgvuldig ontworpen tafels. Er werden witte plaatjes met draaiknoppen in de tafels gemonteerd. Hier kon men een koptelefoon aansluiten en selecteren welke conferentie in welke zaal men wilde meeluisteren en in welke taal. In het begin waren de werktalen Engels, Frans, Spaans en Arabisch. Later kwamen daar Chinees (Mandarijn) en Russisch bij. Gelukkig waren de tafels al hol, zodat de bedrading makkelijk en onzichtbaar weggevoerd kon worden.